Ivan Sabbe

Dossier vakbondsvertegenwoordiging

Laat de KMO’s werken – geen ondernemingsraad vanaf 50 werknemers

23 augustus 2007

Waar ligt het knelpunt? 

Op 29 maart 2007 heeft het Europees Hof van Justitie België veroordeeld omdat ons land nog geen maatregelen heeft genomen om een systeem van informatie en overleg te installeren in KMO’s. Een Europese Richtlijn (2002/14/EG dd. 11 maart 2002) voorziet immers dat er ook in KMO’s sociaal overleg en economische informatie-uitwisseling moet komen. Deze informatie en raadpleging kan ‘naar keuze van de lidstaten’ worden ingevoerd in ondernemingen met tenminste 50 werknemers in dienst of vestigingen met ten minste 20 werknemers in dienst.

De lidstaten hadden tot 23 maart 2005 de tijd om deze richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. De sociale partners bereikten echter geen akkoord hoe deze omzetting diende te gebeuren. Een advies van de NAR nr 1508 DD. 24 maart 2005 hield tot besluit : de leden die de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen verzetten zich met klem tegen de brede interpretatie die de leden van de werknemersvertegenwoordigers aan de richtlijn willen geven en die tot gevolg zou hebben dat voortaan een rigide en dure sociale dialoog aan KMO’s wordt opgelegd zonder dat er toegevoegde waarde wordt gecreëerd.” Door dit verdeeld advies diende de Regering stappen te ondernemen.

Per brief dd. 14 april 2005 liet de Belgische overheid aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen weten dat de wetgeving reeds in grote lijnen aan de Richtlijn beantwoordde. Om zich ervan te verzekeren dat de Richtlijn volledig was omgezet, werd de Belgische overheid bij advies dd. 13 december 2005 aangemaand om de nodige maatregelen te nemen. Bij gebreke aan reactie vanwege de Belgische overheid werd op 20 juli 2006 verzoek ingesteld door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij het Hof van Justitie tot veroordeling van de Belgische overheid. Per 29 maart 2007 werd België derhalve ook veroordeeld.

Zware financiële vergeldingen hangen België boven het hoofd : een boete van 2,9 miljoen EURO en een dwangsom van 209.160 EURO per dag. Toenmalig minister van Werk Peter Vanvelthoven had net voor de verkiezingen nog 2 KB’s voorgelegd aan de koning : het ene over de organisatie van de sociale verkiezingen tussen 5 en 18 mei 2008; het tweede over de drempelverlaging voor de verkiezingen van de ondernemingsraad tot 50 werknemers (nu ligt de grens op 100 werknemers). Toenmalig premier Verhofstadt vroeg de koning evenwel de KB’s niet te ondertekenen omdat het niet onder de lopende zaken zou vallen. Verhofstadt ging er ook vanuit dat Europa uitstel zou verlenen tot er een nieuwe regering zou komen. Dit verzoek tot uitstel werd evenwel verworpen door de Commissie.

En nu?

Het moet duidelijk zijn dat de Richtlijn niet de verplichting invoert om een ondernemingsraad op te richten in ondernemingen vanaf 50 werknemers. Ook de veroordeling door het Hof Van Justitie verplicht België er niet toe om deze maatregel door te voeren. Echter zal er wel iets moeten gebeuren, minstens in de ondernemingen van 50 werknemers, als de Belgische overheid de dwangsommen wil vermijden.

Minister van Werk Vanvelthoven lanceerde reeds in het verleden het voorstel om in ondernemingen vanaf 50 werknemer het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk te belasten met de opdrachten van de ondernemingsraad. Ondernemingsraden worden op vandaag opgericht in ondernemingen die een gemiddelde van 100 werknemers tewerkstellen. Bijzondere situaties zijn voorzien voor ondernemingen met meer dan 50 werknemers die waar vroeger een ondernemingsraad bestond.

De basiswetgeving inzake de ondernemingsraad, nl de bedrijfsorganisatiewet van 1948 voorziet evenwel in een ander principe : Art. 14 van de Bedrijfsorganisatiewet van 1948 schrijft namelijk voor dat ondernemingsraden ingesteld worden in ondernemingen die gewoonlijk een gemiddelde van 50 werknemers tewerkstellen.

Art. 18 voert in zijn alinea 1 het principe in dat de vertegenwoordigers van het personeel moet verkozen worden door de werknemers van de onderneming. Alinea 2 echter maakt hierop een uitzondering : "in de onderneming die minder dan 100 werknemers tewerkstellen, moeten de leden van de ondernemingsraad niet worden verkozen alhoewel de vernieuwing ervan vereist is. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de afgevaardigden van het personeel verkozen voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk."

Art. 3 van het KB dd. 15 mei 2003 betreffende de Ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk stipuleert :

§1. Er moet een raad worden opgericht in de ondernemingen, die gewoonlijk gemiddeld ten minste honderd werknemers tewerkstellen. Hetzelfde geldt voor de ondernemingen waar bij de vorige verkiezing een raad werd opgericht of had moeten worden opgericht, voor zover zij gewoonlijk gemiddeld ten minste vijftig werknemers tewerkstellen.  In die ondernemingen waar minder dan honderd werknemers worden tewerkgesteld moet evenwel niet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van de raad. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de personeelsafgevaardigden verkozen in het comité.

§ 2. Er moet een comité worden opgericht in de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste vijftig werknemers tewerkstellen. Voor de ondernemingen van de sector van de mijnen, de graverijen en de ondergrondse groeven, moet een comité worden opgericht in de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste twintig werknemers tewerkstellen.Art 52 van de Wet dd. 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (de “Welzijnswet”) voorziet dat “wanneer in de onderneming geen Comité is opgericht, is de vakbondsafvaardiging ermee belast de opdrachten van de Comités uit te oefenen.”  In dit geval wordt de syndicale afvaardiging op dezelfde wijze beschermd als de personeelsafgevaardigde in het Comité.

De uitvoeringsbesluiten voorzien dus in sociale verkiezingen voor de ondernemingsraad vanaf 100 werknemers. Sommigen, tot de Raad van State toe, kaarten dit aan als een inbreuk op de Bedrijfsorganisatie vermits deze in de oprichting van de ondernemingsraad voorziet vanaf 50 werknemers. Er werd door de Raad van State dan ook op aangedrongen om de sociale verkiezingen anno 2008 conform de Bedrijfsorganisatiewet te organiseren. Reden waarom Minister Van Velthoven zijn 2e KB had uitgevaardigd.

Doelstellingen

Het verlagen van de drempel van 100 naar 50 voor de oprichting van de ondernemingsraad zullen niet te onderschatten ongewenste gevolgen met zich meebrengen. Dit zal immers een zware impact hebben op de groei van kleine bedrijven en het werkgelegenheidsscheppend proces. Immers, het bereiken van de drempel brengt zware verplichtingen (organisatie sociale verkiezingen, uitbreiding van het aantal beschermden, de maandelijkse vergaderingen) met zich mee alsook kostenverzwarende factoren (geringere deelname van de verkozenen aan het productieproces), waardoor kleine bedrijven liever op een bepaald aantal werknemers liever blijven stagneren dan doorgroeien. Bovendien mag ook niet vergeten worden dat de verhoogde bescherming van de verkozen en niet-verkozen leden tot relationele problemen aanleiding kan geven.

Dezelfde gevolgtrekking gaat op voor de verlaging van de drempel van 50 naar 20 voor de oprichting van het comité. Om die reden dient derhalve gepleit te worden voor een strikte uitvoering van de richtlijn met name voor ondernemingen met minstens 50 werknemers.

Kortom, laat de KMO’s toe om zich verder te concentreren op hun core-business en verder werken met de huidige sociale overlegorganen waarmee zij vertrouwd zijn.

Conclusie:
 
De omzetting van de Richtlijn kan handig ingevoerd worden door een kleine aanpassing van de wetgeving : nl een veralgemening van alinea 2 van artikel 18 van de Bedrijfsorganisatiewet: "in de onderneming die minder dan 100 werknemers tewerkstellen, moeten de leden van de ondernemingsraad niet worden verkozen. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de afgevaardigden van het personeel verkozen voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk."

Dit betekent concreet :

  • Ondernemingen met gemiddeld minstens 100 werknemers : informatieplicht tov de ondernemingsraad
  • Ondernemingen met gemiddeld minstens 50 werknemers : informatieplicht tov het Comité of in subsidiaire orde de vakbondsafvaardiging als het Comité er niet bestaat.

Vakbonden willen evenwel ook een invoering bekomen voor de bedrijven met minstens 20 werknemers : het lijkt eveneens te log om in deze bedrijven te verplichten tot organisatie van sociale verkiezingen (installatie van een comité). Daar waar immers een syndicale delegatie bestaat, kan de informatieplicht perfect tegenover hen gegarandeerd worden.

Trouwens, de CAO nr. 9 van 9 maart 1972 voorziet reeds in de subsidiaire bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging bij ontstentenis van de ondernemingsraad. Hieronder vallen onder meer :

  • De algemene vooruitzichten inzake tewerkstelling (art 4)
  • De jaarlijkse vooruitzichten inzake tewerkstelling (art 5)
  • De driemaandelijkse inlichtingen inzake tewerkstelling : stand van verwezenlijking van de jaarlijkse vooruitzichten, eventuele wijzigingen (art 6)
  • De occasionele inlichtingen inzake tewerkstelling wanneer in afwijking van de jaarlijkse of driemaandelijkse vooruitzichten collectieve aanwervingen of ontslagen worden overwogen (art. 7)
  • De vooruitzichten inzake tewerkstelling, organisatie van het werk en tewerkstellingsbeleid in het algemeen in geval van fusie, concentratie, overname, sluiting en andere belangrijke structuurwijzigingen waaromtrent de onderneming onderhandelingen voert (art. 11).




  • Made by www.bereal.be